Verslagje Beveland-tocht maandag 16 mei (2e Pinksterdag)
De mannen kwamen één voor één binnendruppelen. Wim Harwig was eerst: ‘Wat een kasteel zeg!’ Daarna belde Pieter van Oosten aan en even later ook Job Coppoolse (Ik heb daarnet René Hoogenboom gezien – hij maakt zijn eigen rondje). We stonden op het punt van weg te gaan, toen Rob Stricker belde: ‘De Stationsbrug gaat niet meer dicht!’ Antwoord: ‘Heb je soms op de verkeerde knop gedrukt?’ We reden om en pikten de ‘stille fietser’ op – Rob had zich niet eerder op internet gemeld…
In een lekker doch betrapbaar vaartje ging het richting Arnemuiden en daarna naar Lewedorp, waar Peter Rijk achterover geleund op zijn ligfietsbankje op ons wachtte. Na groeten over en weer – Wim beweert sommigen van ons al een jaar niet meer te hebben gezien – gingen we op weg naar Wolphaartsdijk, Sas (heb ik dat ook gezien?) en Wemeldinge, een liefelijke plek aan een kanaal, als ik me niet vergis.
Landschappelijk een fijn gebied, met behalve het weezoete parfum van fluitenkruid ook boomstruiken tja sneeuwbessen of zo, met bloeiende cascades witte bloemschermen. Ook de schuin naar de horizon wegschietende lanen vind ik erg mooi, dat geeft een landschap diepte. De rond deze tijd van het jaar al ver opgeschoten wintertarwe met een heel bijzonder helder groen afgezet tegen een donkerder groen bouwland daarnaast viel mij ook op. Of het groene reeds ingezaaide veld naast het bruin van een braakliggend ander… Verder op onze route kwamen we ook langs veel ‘zacht fruit’ (er stond een bordje bij), dat zijn verschillende soorten bessenstruiken op lange rijen.
In de Zak, op de terugweg, stelden de bewoners er eer in om verschillende goed gesnoeide heggen bij hun woningen en boerderijen aan te leggen, die in uiteenlopende vormen perken afbakenden of in één geval zelfs een muur met poort vormden. Ook de fruitboomgaarden waren allen van heggen voorzien, zij het van een wat simpelere soort. (Vaak loofhout)
We zijn niet helemaal doorgedrongen tot in de Moer, maar het waren mooie weggetjes en dijkjes die we zijn afgegaan. Zeer de moeite waard. Mijn zonnebril is niet mutifocus, zodat ik dacht er al 120 km op te hebben zitten, wat tot mijn schrik niet waar bleek te zijn! Dat zei iets over mijn achterop geraakte conditie!
Onderweg hebben we een soort staande lunch gehouden – we liggen toch immers altijd maar – en Rob was zo slim geweest niet genoeg boterhammen mee te nemen, zodat hij zich kon veroorloven aan de oude aanlegplaats aan de Westerschelde bij Hoedekenskerke cola en een uitsmijter te nemen. Wij namen een kop koffie en appelpunt met slagroom…
Na deze versterkingen moest er helaas voornamelijk tegen de wind in worden gefietst. Om ergonomische redenen en hier en daar omdat de paden smal waren, reden we nu perioden achter elkaar, in de hoop onze krachten te sparen. Ook waren we een beetje door onze gesprekstof heen, vermoed ik. Zelfs de radio van Rob Stricker was stil, alleen die van Wim gaf nog teken van leven, al hoorde ik die niet vaak, want hij verkiest volgens eigen zeggen de – verre – achterhoede van het peloton. Peter kent de streek goed en reed in gidspositie, er een vaartje van vier- à vijfentwintig kilometer op na houdend. Pittig, zo tegen het windje in. Uiteindelijk vroeg ik om een stop, waarbij behalve de mueslikoeken ook het noodrantsoen aan stroopwafels werd aangesproken. En voldoende drinken, natuurlijk!
Peter zwaaide af en de club van vijf reed op Middelburg aan, bij Arnemuiden gelijk over het spoor rechts en tenslotte langs het vertrouwde M5 tot voor het station. Daar zaten Pieter en Rob al op de kademuur nadat zij vooruitgesneld waren. Job en ik kwamen aanrijden terwijl we (shame) Wim in Arnemuiden hadden gelost. Nadat we al een tijdje hadden zitten kletsen kwam deze alsnog aanrijden. Om diëtistische redenen had hij die dag maar weinig gegeten, wat hem tenslotte in Arnemuiden had opgebroken. Een ervaren ligfietser moet toch weten dat een dergelijke inspanning ondersteund moet worden met regelmatig iets eten!
Wij namen afscheid – behalve Rob Stricker zullen we elkaar weer op Cycle Vision treffen – en thuisgekomen bleek ik 108 km op de teller hebben staan. Het was vijf uur en ik ben wat gaan computeren. Een warm bad daarna heeft wonderen voor mijn spieren gedaan en zo’n dagje uitwaaien heeft me ook goed gedaan. De glimlach heeft zich rond mijn ogen vastgezet en ik heb – buiten mijn verbouwing – weer eens het gevoel dat ik wat gepresteerd heb! So long, fellows!
©Tarquinius Noyon – 16-5-05









