Toertochten >> 2003 >>

Snerttocht over Schouwen-Duiveland

IMG_3494.JPG
IMG_3495.JPG
IMG_3496.JPG
IMG_3497.JPG

"Beste Zilters, Velgers en andere ligfietsers. Hieonder het verslag van de zg. SNERTTOCHT van zondag 7 december. Aangezien het eerste gedeelte hier en daar nog een beetje is aangevuld, krijg je het begin er opnieuw bij en dus nu het hele verhaal in een keer. Sommige individuen of groepen willen mijn verhaal op hun internetpagina zetten, waarvoor ik toestemming verleen. Laat het me wel even weten (ik vind het leuk om te weten waar het verhaal staat). Het verhaal blijft wel mijn eigendom. Tarquinius - heeft er lol in - Noyon De SNERTTOCHT © Tarquinius Noyon - 7 en 8 december 2003

De SNERTTOCHT zat eraan te komen en dat kon je merken ook. Waar het voordien een tijdje stil was geweest, vlogen de mailtjes weer over en weer over het net, met vragen en antwoorden, afspraken en een enkele afzegging. De gecombineerde lijst Zilters en Velgers, fietsers uit Zeeuws-Vlaanderen en een enkele Gentenaar was indrukwekkend. (Zilt= Zeeuwse informele ligfiets toerclub. Velg= Voorne's eerste ligfiets groep)

De dag voordien had ik nog een duur vochtregulerend T-shirt gekocht, want het zou behoorlijk koud worden, maar wel met een zonnetje. Ook heb ik mijn accu onder mijn fietstas op de bagagedrager getapet en de verlichting reeds aangesloten om zo wat ruimte in mijn tas te maken. Er moesten immers brood, bananen en mueslirepen mee. Toen ik 's avonds naar beneden ging om nog wat te drinken, bleek ik reuze stijf te zijn en ik vreesde voor mijn conditie van de volgende dag.

René had voorgesteld om kwart over negen bij mij thuis vandaan te vertrekken. Dat is slechts op een paar slagen van het station vandaan en zo kon ik warm en wel op de fiets stappen. In dubbele warme lagen verpakt - sokken, broeken en hemden - met bovendien een sjerp om het middel en natuurlijk gejast en geschoeid, duwde ik mijn ligfiets de straat op en kozen we voor de route over Veere. Al na de eerste tientallen meters realiseerde ik me, dat ik een nogal pijnlijke rechterknie had, maar door snelle omwentelingen te maken stelde ik mij voor, zou die later wat gesmeerder gaan meedraaien, hoopte ik. Ik heb er de hele dag last van gehad, maar het bleef dragelijk.

We reden Veere niet door, maar sloegen linksaf de route langs het Veerse meer in. René en ik waren aan het keuvelen toen Peter ons achterop kwam rijden. Net op dat punt kwamen ons ook twee ruiters tegemoet, wier paarden rechtsomkeert maakten en er in een korte galop vandoor gingen. Zielig, maar het was wel een komisch gezicht. Even later hadden ze de dieren onder controle en smeekten de berijdsters ons roerloos op onze stalen rossen te blijven zitten, dan zouden zij er wel langs schuifelen. Hun dank voor ons begrip was groot! Verderop lagen er veelvuldig hopen uit elkaar gereden en nu bevroren paardenvijgen op het fietspad en zelfs midden op een brug. Hoewel 'natuurlijk' is dit onaangenaam en gevaarlijk op een fietspad.

Wij kenden de weg op ons duimpje en klokslag tien en onder klokgelui reden we Vrouwenpolder binnen, het volgende kleef aan punt bij een restaurant onder aan de dam. Op het uitgestorven en zonnige parkeerterrein onderhielden wij ons over de forse wind, die ons in het weerbericht van de avond ervoor niet in het vooruitzicht was gesteld. We dachten er net aan de luwte op te zoeken, toen Rob het plein op kwam rijden terwijl de vrolijke tonen van een radiootje te horen waren, dat hem altijd op dergelijke tochten vergezelt. We hoefden niet lang te wachten, toen ook Job zich meldde. Vijf man en compleet gingen we onderweg naar de Brouwersdam, waar we om elf uur verwacht werden. Op deze stralende dag bleef de wind hardnekkig tegenwerken. Op Schouwen waren er weer prachtige vergezichten te bewonderen van een natuur nog niet helemaal in wintertooi. De lage zon verlichtte de omgeving af en toe spectaculair, maar was, vooral later op de dag, ook vooral hinderlijk verblindend en deed je gissen waar je eigenlijk reed. Bij sommige bochten en opritten ging ik maar vol in de remmen om de situatie eerst eens te overzien.

Bij wegwerkzaamheden moesten we klunen en werden we opgebeld waar we bleven. Ik hoorde Rob het oponthoud melden en er tot mijn stijgende verbazing aan toevoegen en we hebben ook Tarc (nog) bij ons. Je begrijpt dat ik hiermee gelijk mijn plaats kende, hoewel het natuurlijk ook kan betekenen dat er een erehaag diende te worden opgesteld! Er werd weer stevig doorgefietst - inderdaad net iets sneller en net iets langer door dan mij lief is. Het leek wel of alles tegenwind was. Het moet iets na elven zijn geweest toen we op de afgesproken plaats aan de Brouwersdam kwamen.

Daar stond een grote groep ligfietsers ons al op te wachten met allerlei verschillende fietsen, waaronder twee overkapte driewielers. Men stond in groepjes bij elkaar en toen ik de neuzen allemaal een kant op wilde hebben om wat foto's te maken, werd er opgemerkt: dan heeft hij dat voor bij zijn verhaal! Ik besefte met schrik dat ik later op de dag met mijn vermoeide body achter de PC zou moeten kruipen, iets waar ik toen ik daarnet thuis kwam nog niet toe in staat was. Ik bleef steeds op de been, verorberde gauw een boterhammetje en een banaan en verwisselde mijn dagelijkse multifocus voor een helaas alleen verkijkende zonnebril. René stond voorovergebogen de lekke voorband van zijn roeifiets te verwisselen - pech voor hem. Ikzelf ontdekte een scheefgetrapte rechtertrapper, waar twee schroefjes aan ontbraken. Waarschijnlijk losgerammeld tijdens de vorige tocht? Voor mij was de stop veel te kort om weer op krachten te komen. Even later gingen we op weg in een lange sliert, twee aan twee, waartussen ook de twee fietsauto's meereden. We werden al vrij snel over een onverhard duinpad geleid. Tot mijn verbazing volgden de overkapte, brede fietsen goed.

Zoals gebruikelijk klitten de rijders nu eens aan bij deze, dan bij een andere ligfietser om een beetje bij te praten. Een aantal fietsers zag elkaar terug na de Zilttocht van een maand geleden in Overslag. Het tempo lag hoog, rond de 28km. Men was gretig, want niet iedereen had er al de nodige kilometers opzitten! Vanaf hier wordt het voor mij meer een gevoelsverslag, want het hoge tempo en het lange aanhouden daarvan, deed mij interen op mijn reserves en het werd meer een trainingstocht dan een zondagse toertocht. Wel zag ik af en toe de zonverlichte omgeving, maar de concentratie was vooral gericht op het zoeken naar verlichting door verschil in belasting uit te proberen in de voeten, enkels, knieën en in de rug en daarbij het vermijden van fouten maken bij deze vermoeidheid. Het werd stug doorploeteren met de wetenschap dat als ik er dan niet 100% van genoot, het dan toch een goede oefening was voor het lichaam.

Er werd inderdaad hard gereden en zo ging het ook op een kuilenpaadje, allen achter elkaar in gestrekte draf. Ik probeerde net erachter te komen hoe hard het eigenlijk wel ging (te, dat wist ik wel), toen ik op een buitengewoon pokdalig stukje kwam. Nadat ik de eerste bevroren rand geraakt had, sprong ik er op een vreemde manier - van gat naar gat - vandoor, alsof ik op een bokkige stier zat. Ik hield mij aan mijn stuur vast alsof het zijn horens waren en probeerde de putten te vermijden en daarbij weigerde ik te vallen. Bovendien wist ik allerlei ligfietsracers achter mij. Als door een wonder bleef ik op mijn fiets zitten en kon ik aan de rand van het pad afremmen. Een voorbijsnellende achterligger zei nog: Ik dacht dat het fietsrodeo was! Zo van: blijft hij volle de tien seconden zitten? Een beetje shaky vervolgde ik mijn weg.

Een medeligger die ik niet met naam zal noemen, wees mij er vroeger eens op (nu ja, in overdrachtelijke zin dan!) dat hij vanwege de moderne fietskleding het prettigst zonder ondergoed reed. Omdat ik 's morgens had gekozen voor verschillende kunststoflagen kleding vond ik - zijn woorden indachtig - een katoenen slip vloeken bij al deze thermofobische nieuwlichterij. Ik had dus mijn vertrouwd eerste kledingstuk uit en daarmee thuisgelaten. Onaangenaam was dan ook de verassing dat ik op deze koude dag een aanzienlijke afkoeling bemerkte in mijn OnderDelen, die vooruitgeschoven als op een presenteerblaadje de venijnige tegenwind trotseerden. Ook merkte ik in de loop van de dag, dat het in vrijheid zachtjes heen en weer rollen van deze Delen in hun kunststof omgeving, hen in toenemende mate deed schrijnen. Wat een onzalig idee, om op een dag als deze het kledingstuk achterwege te laten, dat mij normaal zo na op de huid zit!

Ondertussen trapte ik stevig door, van enige snert was nog geen sprake en gelukkig had ik de omgeving vroeger al eens verkend, want veel zag ik er deze keer niet van. Vanwege mijn tranende ogen, gecombineerd met een laagstaande zon, was mijn zicht af en toe tot onder de tien procent beperkt. Ik moet bekennen dat ik, oudere jongere met al ettelijke tientallen kilometers extra in de benen, vaak als laatste aankwam op de sporadische punten waar eventjes halt werd gehouden om de koppen te tellen. Dan griste ik gauw een boterhammetje uit mijn bagage en klom vlug weer op mijn fiets. Aan het begin van de lange mooie route vlak langs de Oosterschelde, werd mij gevraagd hoe het mij verging. In het tegenlicht zag ik niet wie mij aansprak en ik hief mijn armen op in een gebaar van: ik wil wel, maar lekker gaat het niet meer. De afspraak werd gemaakt dat er in Zierikzee zou worden geluncht en dat ik me daarna, samen met René, zou afsplitsen van de groep en vandaar zou terugrijden naar Middelburg.

Ik moet zeggen dat het stuk langs het water, tezamen met de weggevallen druk de groep dolle honden op de toppen van mijn kunnen te moeten volgen, mij zeer aangenaam was en ik een beetje filosoferend weer een beetje op krachten kon komen. Ook dit stuk had ik wel eens eerder gereden en het was fijn punten van herkenning te hebben, met als uitspringend hoogtepunt de kilometerslange Zeelandbrug aan de horizon, waar ik later die dag overheen zou rijden. Een groene dijk achter een hek, glinsterend water, in de verte de brug en ikzelf in een regelmatig en kordaat tempo voort-trappend langs de meanderende glooiing van de dijk. Overdenkend hoeveel kilometers ik die dag bij elkaar zou fietsen, was ik eigenlijk wel tevreden met mezelf. In de verte zag ik hoog op de dijk het prachtige silhouet van een stilstaande ligfietser, die me deed denken aan een wachtpost. Dat was inderdaad het geval, want deze wenkte me op dat punt de dijk op - een vorstelijk onthaal. Samen fietsten we verder richting Zierikzee. Wat een prachtig stadje vind ik dat toch, de binnenstad doorsneden met grachten waarover ophaalbruggen liggen en vele gebouwen met grote allure. Langs de haven rijdend, bedacht ik dat men mogelijk bij een Portugees zou zijn neergestreken, een plek waar voordien wel eens was geravitailleerd. Hij bleek gesloten en mijn metgezel ontdekte de ligfietsers aan de overkant van het water, waar we ook heenspoedden. Binnen was het een gezellige drukte aan een enorme tafel waaromheen uitdampende ligfietsers zaten. Het gonsde van de verhalen en men dronk er warme chocolademelk. Ik at er mijn resterende boterhammen bij en rustte wat uit. Mijn buurman wilde weten of het achteruitkijkspiegeltje op mijn bril gemakkelijk was en ik monteerde het op zijn bril zodat hij het kon proberen. Na een tijdje werd aanstalten gemaakt om te vertrekken, de grote groep ging zijns weegs en René en ik gingen richting Zeelandbrug.

We hadden nog heel wat kilometers te gaan. De lange aanloop naar het hoogste punt van de brug viel me deze keer eigenlijk wel mee en de langgerekte afdaling was een plezier voor de moegetrapte benen. Daarna volgden eindeloze, saaie trajecten, die er in mijn ogen allemaal hetzelfde uitzagen. We reden over het algemeen richting westen en bovendien stond de zon nu zo laag dat ik, vermoeid als ik was, geen aanloopje kon nemen, maar moest stoppen om een heuveltje op te draaien. Of met een hand sturen en de andere boven mijn ogen houden om tegen het licht in een lange weg af te kunnen rijden. Door het eten en de chocolademelk was ik weer aardig aangesterkt en af en toe onderstreepten we voor ons moraal het feit, dat we de wind nu in de rug hadden. René had nog steeds oog voor bijzondere dingen en wees me verschillende keren op roofvogels in de vlucht en eentje die vlak naast de weg zijn aandacht had getrokken en daar roerloos op een paal zat. Ook ontsnapte er vlak naast mij een reiger uit een diepe sloot, die rakelings over het bouwland scheerde. Uiteindelijk kwam de Lange Jan, de toren van de Abdij van Middelburg in zicht. Mijn hart sprong op. Het was overigens onmogelijk geweest om tijdens de rit op mijn nieuwe hartslagmeter te kijken. Ik had een verkeerde bril op en hij zat onbereikbaar achter het strakke elastiek van de mouw van mijn jack.

We kwamen langs de M5 ligfietsenfabriek, waar het voor mij allemaal begonnen was met een blik naar binnen. Voor ik het fietstunneltje bij het station indraaide wensten wij elkaar een goede dag verder en een tot ziens. Ik zette aan om het heuveltje in de draai te nemen, kwam boven het wegdek uit en draaide even later de Stationsbrug over. Ik was bijna thuis. Een paar meter voor mijn deur zwaaide ik mijn rechter been over de stang en stapte op beide voeten naast mijn fiets. Ik was best moe, voelde ik, maar ook blij dat ik deze dag had gereden. Het waren geen ideale omstandigheden geweest, soms felle tegenwind, een verblindende zon, een hoog tempo en lange stukken achter elkaar doorfietsen, zonder onderbroek en met een defecte trapper. Maar hier stond ik weer, voor mijn eigen voordeur, waar ik om kwart over negen was vertrokken! Het was tien over vier en mijn klokje stond op honderdeenentwintig kilometer.

Naschrift. Aangezien mijn auto defect is, moest de volgende dag met de (lig)fiets naar mijn werk in Vlissingen. Dat viel reuze mee en na een lange dag op de been te zijn geweest, was het ronduit heerlijk om - met goed verlichting - in het donker in de niet meer geheel volle maan op het zogenaamde bunkerpad terug naar Middelburg te rijden. Wat een gevoel van vrijheid!

De SNERTTOCHT © Tarquinius Noyon - 7 en 8 december 2003"

"Ik heb genoten van het tochtje, hoewel de laatste kilometers voor Zierikzee met tegenwind mij toch wat zwaar vielen. Gelukkig draaide de route naar WNW (zijwindmee) zodat het daarna weer heerlijk ging. Het schelpenpad bovenop de dijk vanaf Brouwershaven was ook mooi fietsen. Ik ben vergeten te vragen hoe die velomobielen door/over/langs dat hek zijn gekomen. De snert was zeer welkom daar mijn boterhammen op waren, en ik was vergeten bananen mee te nemen. Net voor de terugtocht naar Walcheren was de zon onder gegaan, zodat we (Rob en ik) er niet meer door verblind werden. In plaats daarvan reden we een prachtige gouden horizon tegemoet, en achter ons werd de hemel en de maan roze gekleurd. En de wind achter maakte dat we -hoewel ik behoorlijk vermoeid was- snel thuis waren. Bij thuiskomst had ik 130km op de teller, dus Tarc, dat scheelt niet eens zo veel!

Groeten, Job Coppoolse"