Fietstocht naar Schouwen, zondag 6 februari - eerste (voorjaars) ZILTtocht in 2005
"Het beschrijven van ligfietstochtjes heeft niet meer mijn grootste interesse en het vreet tijd, wat jullie misschien helemaal niet weten. Het een beetje vanzelfsprekende 'we wachten wel op je verslag!' dat elk van jullie afzonderlijk me toeriep bij het uitzwaaien is - hoe goed bedoeld ook - natuurlijk ook geen grote stimulans! Ondertussen heb ik nog geen uitgever bereid gevonden mijn boek Ligfietservaringen vanaf de eerste onzekere meters te willen publiceren en hoewel ik op het snel groeiend aantal ligfietsers en andere geïnteresseerden in het Nederlands taalgebied wijs en daarmee het wassend aandeel mogelijke kopers (zouden jullie dokken?) moet ik met mijn inmiddels alweer geheel bijgeschaafde versie weer op pad. Slechts enkele hoofdstukken over gezamenlijke toertochten kennen jullie van de mailinglist en dan meestal in andere of kortere versie. De wiebelende eerste kilometers heb ik jullie nog niet toevertrouwd..
Toen ik afgelopen zondag tijdens de koffiestop, pratend over onze winterconditie, grappend opmerkte dat ik na het keihard oppompen van mijn fietsbanden al buiten adem was geweest, kwam een ander daar nog eens overheen met: heb je dan geen fietspomp? U begrijpt lezer, het ligfietsen is een vrolijke boel. Het is echter lastig maar daarbij ook de kunst om een verslag te schrijven dat het bekend veronderstelde in zo'n vorm giet dat het voor een argeloze buitenstaander ook te begrijpen is. Laat ik maar weer eens een poging wagen.
Het begon om half tien voor het station Middelburg, waar ik behalve Job, die nogal eens een extra rondje wil rijden, ook Pieter en zelfs Robert aantrof. De laatste was in zijn blauwe Quest over de Zeelandbrug komen aansjezen en is een befaamd lange afstandsrijder in onze kringen. Er werd niet lang geaarzeld, wij verwachtten niemand meer en we gingen op weg naar Veere. De vaart zat er lekker in en zoals gebruikelijk is, werden zodra de ruimte dat toeliet (wisselende) paren gevormd, wat een onderonsje mogelijk maakt. Veere laten we op lange tochten altijd rechts liggen en slaan voordien bij een rotonde af. Even daarvoor waren we weer als sliert gegroepeerd en ik reed een eindje achter Robert. Ik zie Job nog schuin door de bocht zwieren, dat kan op een gewone fiets, maar Robert had daar kennelijk moeite mee. Zijn voertuig ziet eruit als een bemande bolknak en die moest nu ook om dat paaltje heen. Met de overmoed der jeugdigen én vermoedelijk met voorjaarskolder in de kop was hij veel te snel de bocht ingegaan en voor mijn ogen verdween hij over de rand van de zichtbare wereld! Nadat ik nog even de onderkant van zijn aërodynamische racemachine had gezien, was hij met het oplichten van de achtersteven uit het gezichtsveld verdwenen.
Nadat ikzelf snel doch gewaarschuwd door de bocht was gekomen en mijn fiets had neergelegd, stond ik als tweede wijdbeens over het gevelde gevaarte dat onderin een wigvormige sloot bleek te liggen. Een enorme blauwe rups waaruit het hoofd van de verbouwereerde rijder stak, die naar al gauw bleek meer bezorgd was over de eventuele schade aan zijn vehikel dan die aan hemzelf - wij konden nog niet zien dat hem eigenlijk niks mankeerde. Voor en achter werden pogingen gedaan hem uit zijn benarde positie te bevrijden - zou hem dat in zijn eentje gelukt zijn? - door de sigaar enigszins overeind te draaien. Hij zei eerst nog 'wacht even', misschien om zijn in elkaar gedraaide benen te ontwarren en dat was een gelegenheid die ik gelijk te baat nam door de blauwe sigaar te laten voor wat hij was en de onder mijn jas verborgen camera te voorschijn te halen om enkele compromitterende foto's te maken! We zijn er financieel nog niet helemaal uit..
Nu stapte Job over de ingekapselde fiets heen en Robert kroop voorzichtig uit zijn benarde positie, waarna het gevaarte weer op het rijwielpad werd gehesen. Na vluchtige inspectie van de bemodderde neus leek er weinig schade, maar ik hoorde dat er - thuisgekomen en schoongemaakt - toch wat meer aan de hand blijkt te zijn. Gelukkig was het ei niet echt gekraakt. Manmoedig stapte de eveneens bemodderde Robert weer in en terwijl wij stevig doorpeddelden liet hij zich wel eens terugzakken en stoof ons dan weer achterop. Een echt racemonster is dat ding.
Als wij onderweg een edele viervoeter tegenkomen houden we braaf onze 'schoppende' voeten stil, maar de blauwe bolknak kan niet ver genoeg uitwijken of het geconfronteerde dier weigert iedere dienst. Kleurenblind als ze dacht ik zijn, zien ze misschien een paard zonder benen of in ieder geval een springklaar roofdier op de loer liggen. Een enkele maal gaat het in korte galop rechtsomkeert, wat ons - berijders van het stalen ros - tot een beleefd binnensmonds gehouden schaterlach doet uitbarsten, zo komisch is het met de staart tussen de benen weggalopperende dier met zijn aanklampende bereider.
Aan de voet van de Veerse strekdam troffen wij Perry en Rob op ons wachten, waarbij Perry tijdens de begroeting direct opmerkte dat mijn schrijven van de vorige dag waarin sprake is beter twee fietsbroeken te dragen overdreven te vinden, gezien hij het daardoor nu reuze warm had vandaag. Het was inderdaad ietsje warmer, maar het zonnetje kwam pas tevoorschijn toen ik al lang en breed thuis was. Overigens vertrouwde hij me later toe zelfs drie lange (elastische) broeken te dragen! Leer ze kennen, die ligfietsers! Rob had als vanouds zijn rockradiootje aan staan dat 'oude' muziek verspreidde en waar we iedere keer dat we gedurende de dag naast hem kwamen rijden plezier van hadden.
Na een banaan of andere versnapering en een slokje water uit de camel bag, de in de fietstas opgeborgen pastic zak water met een slang eraan, gingen we met zijn zessen boven over de dijk naar het noorden, waar we even later de stormvloedkering in een palet van vreemd veelkleurig grijs zagen liggen. Ondanks de overdekte lucht was het ook deze keer weer een majestueus gezicht. Het oversteken van de Oosterschelde is op de fiets best een lang traject. Vergeet niet dat er drie series schuiven en het 'eiland' Neeltje Jans tussen beide oevers liggen.
Aan de overkant sloegen wij wonderlijke wegen in - voordien verkend door clubgenoten - en toerden langs robuuste maar grillige naaldbomen over schijnbaar aangeveegde tegelpaden. Kronkelend en duikelend kwamen we bij het strand, waar we ons in de diepte stortten en beneden een verzand fietspad aantroffen. Na het klunen weer op de fiets gestapt en daar waren warempel de beloofde eerste hellingen met 20% stijgingspercentage - een ware beproeving die ik dan ook niet altijd volbracht. Onze vriend Robert in zijn trapauto (zo noem je zoiets natuurlijk niet!) was goed voorbereid en had die week 'ander verzet', een andere reeks tandwielen, gemonteerd. Hij kwam dan ook netjes boven - gefeliciteerd! Het is voor de harde kern Walchenaren onder de ZILTers altijd leuk eens buiten hun eiland te fietsen, al kost dat een extra dertig kilometer en wij genoten dan ook in het bijzonder.
In Burgh maakten wij halt bij een bakkerij die zondags ook geopend is en er tevens een beetje uitziet als een uitdragerij. Een vrolijke verzameling allerhande omringde ons tijdens de koffie met appelpunt, al of niet met slagroom.. Toen we waren uitgelachen over onder meer het oppompen van fietsbanden, maar onze spieren de vijftigtal afgelegde kilometers wel degelijk voelden, gingen we goedgehumeurd weer op weg. Nog steeds liet de zon zich niet zien maar we waren voldoende warm aangekleed en hadden vertrouwen in ons kunnen. Ook nu wachtte ons weer een bijzonder heuvelachtig en met zorg uitgestippeld traject, weer met enkele bijna onoverkoombare steile bergen. Vlak Nederland? Vergeet het maar! Duingebieden zijn fraai geaccidenteerde landschappen met abrupte hoogteverschillen. Indien je ook nog door een natuurgebied rijdt met open en beboste stukken is het waarlijk genieten - als je de tranen van de kou en het met grote snelheid naar beneden racen niet gelijktijdig uit je ogen moet vegen.
Wij bemerkten dat we nog maar vroeg in de middag zaten, waaruit bleek dat we flink hadden doorgefietst, maar dat bood natuurlijk perspectieven om na onze gezamenlijke tocht thuis de gewonnen tijd nuttig te besteden. Voor Robert op huis aan ging hielden allen bij een afslag een korte staande lunch, waarbij we afspraken maakten en nog wat laatste nieuwtjes uitwisselden. De overgebleven vijf reden daarna terug naar de pijlerdam waarbij de lucht eindelijk enige craquelé begon te vertonen in de vorm van de aan de hemel hangende dekplaat van een schildpad, waarbij door naden van de aaneengesloten vlakken enig licht scheen. Stollende en brekende lavakorsten aan het zwerk als het ware.
Nadat ik eerst het troepje een tijdje had aangetrokken met een voor mijn doen stevig gemiddelde van 28km, deed ik het nu rustiger aan en probeerde al rijdende foto's te maken van de lavalucht en pijlerdam, wat met een luie camera een aandachtvragende zaak was. Perry en Pieter stoven vooruit, Job liet zich ver terugzakken vanwege blijvend knagende honger en Rob, nadat hij zich even bij mij - ertussenin - had gevoegd, ging kijken waar Job bleef.
Bij het Topshuis trof ik de kopmannen in afwachting van de rest en ik ging op een basalten rotsblok zitten waar ik een aantal sandwichkwarten naar binnen werkte. Enige tijd later kwamen de andere twee als kleine zwarte silhouetten aangereden, afgetekend tegen de eenkleurige enorme mensgemaakte achtergrond bestaande uit de regelmaat van de opeenvolgende schuifarmen. Na een korte break gingen we in de kop van Noord-Beveland langs mosbegroeide dijkbeschoeiing aan zee naar de Veerse Gatdam terug, waar je aan beide kanten tegelijk water en stranden kunt zien.
Even later waren Rob, Job en Perry na een geschreeuwde groet verdwenen en reden Pieter en ik de vertrouwde weg naar Veere. Omdat wij dat toch wat saai vonden sloegen we - na een waarschuwing van mij - toch een weg in die over een grotere afstand beklinkerd is dan ons eigenlijk lief was. 'Dit wordt geen favoriete route van mij', zei Pieter nog. Tot onze opluchting ging de weg uiteindelijk over in een gladdere bestrating, om ons daarna nog een keer op klinkers te trakteren. Tenslotte kwamen we bij de nieuwbouwwijk Veerse Poort uit, en even later scheidden zich onze wegen. 'Ik lees je verslag we!', zei Pieter net als de anderen gedaan hadden nog. Jaja, zuchtte ik vermoeid in gedachten. Op een paar honderd meter na had ik negentig kilometer op de teller staan.
Gisteren had ik geen tijd en vandaag schreef ik tussen twee verwarmingsoffertes van mijn vernieuwbouw een tandartsbezoek en andere werkzaamheden hardnekkig door. Er gaat helaas berenveel tijd inzitten maar zo'n eerste tocht met bovendien het spectaculair over de rand verdwijnen van Robert vraagt natuurlijk om een chroniqueur. Bij deze - onder mild protest - mijn zoveelste reportage.
© Tarquinius Noyon, Middelburg 7-2-2005"











